Ik voel me kwetsbaar…

Om dit verhaal te delen met de wereld.

Tegelijkertijd vind ik het zó mooi om dit soort magische gesprekken te kunnen hebben met mijn kinderen!

Ilana (7) ligt al in haar bed om te gaan slapen. Ze kijkt me angstig aan.

“Mamma, weet je, soms ben ik heel bang dat mijn knuffels of dat geesten mij horen.” Ze kijkt achter haar, naar een hele berg knuffels achter haar hoofdkussen en ook even om ons heen in de kamer.

“Als ik eraan denk dat ik mijn ene knuffel liever vind dan de andere, want ik vind bijvoorbeeld Oe-oe [een aapjesknuffel] gewoon véél liever dan al mijn andere knuffels… Van haar hou ik het meest! Want die heb ik al zó lang en het was mijn eerste lievelingsknuffel!Maar dan ben ik bang dat de andere knuffels jaloers zullen worden en dat ze dan iets heel gemeens zullen doen tegen mij! Want voor mij leven mijn knuffels écht he?!” Ze is een beetje gaan huilen. “Dan ben ik bang dat ze dan wraak gaan nemen ofzo! Dat kunnen ze, want voor mij leven ze echt he?!”

Ze is een beetje radeloos. Ze denkt even, en vertelt dan verder:
“Eigenlijk vind ik ook wel al mijn knuffels heel lief.Want ze zijn allemaal wel mooi en bijzonder op hun eigen manier. De ene is heel zacht, de ander heel mooi…”
Hmmm, hier wringt iets, denk ik ondertussen. Dat laatste isniet waar. Ze vindt niet al haar knuffels even lief…

Als ze even stopt, zeg ik: “Lieverd, ik snap dat je zo bang bent en ook verdrietig als je bedenkt dat je knuffels misschien wraak zullen gaan nemen of iets heel gemeens zullen doen tegen jou. Maar ik geloof niet dat ze dat zullen doen. Echt niet. Ze zijn allemaal goed en lief. Ze leven in jouw verbeelding… En ook geesten gaan je geen kwaad doen. Maar weet je wáár ik denk dat het je zeer doet?”

“Nee”, zegt ze door haar tranen heen.

“Ik denk dat het bij jou zelf zeer doet. Dat het zeer doet in je hart, omdat je voelt dat het pijnlijk is om van iets te houden en van iets anders niet. Dan maak je zo’n verschil: jij wel, maar jij niet! En dat dóet gewoon zeer, om zo’n oordeel te hebben over mensen of dingen. Dat voel ik ook zo, als ik dat doe.”

Ik aai haar even over haar hoofd.
“Maar weet je lieverd, ik hou ook meer van jou en Tian dan van andere kinderen. Daar kan ik niks aan doen. En ik hou ook meer van pappa dan van andere mannen. Maar ik kan ook heel veel van andere mensen houden…”

“Ja, maar wij zijn je kinderen! En pappa en jij horen bij elkaar!”

“Ja, dat klopt. Daarom is dat ook zo. Maar weet je, ik vind het eigenlijk wel heel mooi dat het je pijn doet wanneer je van de ene knuffel meer kan houden dan van de andere. Weet je waarom?”

“Nou?”, zegt ze.

“Ik geloof dat je die pijn alleen maar kunt voelen als jeeen heel puur hartje hebt. En dat vind ik er zo mooi aan!” Ik kijk haar blij aan. Het maakt me blij om zo met haar te praten. Ik ga verder:
“En je mag best van je lieve Oe-oe het méést houden, van álje knuffels. Je mag altijd een voorkeur hebben!”

Ik voel even bij mezelf. Dat doet nog steeds een beetje pijn. Maar het is een soort vreugdevolle pijn.

“Dat doet nog steeds een beetje pijn he?” vraag ik Ilana. Ze knikt. “Maar die pijn voelt wel heel zacht… Eigenlijk wel alsof dat klopt ofzo. Volgens mij doet het alleen écht pijn als je iets wegduwt om iets anders liever te kunnen vinden. Of mooier. Als je iets wat je minder vindt, echt buitensluit. Met een scheiding ertussen. Dan doet het zeer.”

Er begint een lichtje te stralen in haar ogen. En haarlijfje ontspant.

“Dus ik kan gewoon van iets houden! Zonder datik iets anders minder lief of mooi hoef te vinden!”

“Ja!”

Dan vraagt ze of ik pappa nog even wil halen voor een kus en een knuffel.

“Tuurlijk schat. Welterusten alvast.”

Ilana (7) ligt al in haar bed om te gaan slapen. Ze kijkt me angstig aan. “Mamma, weet je, soms ben ik heel bang dat mijn knuffels of dat geesten mij horen.” Ze kijkt achter haar, naar een hele berg knuffels achter haar hoofdkussen en ook even om ons heen in de kamer.

“Als ik eraan denk dat ik mijn ene knuffel liever vind dan de andere, want ik vind bijvoorbeeld Oe-oe [een aapjesknuffel] gewoon véél liever dan al mijn andere knuffels… Van haar hou ik het meest! Maar dan ben ik bang dat de andere knuffels jaloers zullen worden en dat ze dan iets heel gemeens zullen doen tegen mij! Want voor mij leven mijn knuffels echt he?!” Ze is een beetje gaan huilen. “Dat ze dan wraak gaan nemen ofzo! Dat kunnen ze, want voor mij leven ze echt he?!”

“En eigenlijk vind ik ook wel al mijn knuffels heel lief. Want ze zijn allemaal wel mooi en bijzonder. De ene is heel zacht, de ander heel mooi…”

Hmmm, hier wringt iets, denk ik ondertussen. Dat laatste is niet waar. Ze vindt niet al haar knuffels even lief… Als ze even stopt, zeg ik:

“Lieverd, ik snap dat je zo bang bent en ook verdrietig als je bedenkt dat je knuffels misschien wraak zullen gaan nemen of iets heel gemeens zullen doen tegen jou. Maar ik geloof niet dat ze dat zullen doen. Echt niet. Ze zijn allemaal goed en lief. Ze leven in jouw verbeelding. En ook geesten gaan je geen kwaad doen. Maar weet je wáár ik denk dat het je zeer doet?”

“Nee”, zegt ze door haar tranen heen.

“Ik denk dat het bij jou zelf zeer doet. Dat het zeer doet in je hart, omdat je voelt dat het pijnlijk is om van iets te houden en van iets anders niet. Dan maak je zo’n verschil: jij wel, maar jij niet! En dat dóet gewoon zeer, om zo’n oordeel te hebben over mensen of dingen. Dat voel ik ook zo, als ik dat doe.”

Ik aai haar even over haar hoofd.

“Maar weet je lieverd, ik hou ook meer van jou en Tian dan van andere kinderen. Daar kan ik niks aan doen. En ik hou ook meer van pappa dan van andere mannen. Maar ik kan ook heel veel van andere mensen houden…”

“Ja, maar wij zijn je kinderen! En pappa en jij horen bij elkaar!”

“Ja, dat klopt. Daarom is dat ook zo. Maar weet je, ik vind het eigenlijk wel heel mooi dat het je pijn doet wanneer je van de ene knuffel meer kan houden dan van de andere. Weet je waarom?”

“Nou?”, zegt ze.

“Ik geloof dat je die pijn alleen maar kunt voelen als je een heel puur hartje hebt. En dat vind ik er zo mooi aan!” Ik kijk haar blij aan. Het maakt me blij om zo met haar te praten. Ik ga verder:

“En je mag best van je lieve Oe-oe het méést houden, van ál je knuffels. Je mag altijd een voorkeur hebben!”

Ik voel even bij mezelf. Dat doet nog steeds een beetje pijn. Maar het is een soort vreugdevolle pijn.

“Dat doet nog steeds een beetje pijn he?” vraag ik Ilana. Ze knikt. “Maar die pijn voelt wel heel zacht… Eigenlijk wel alsof dat klopt ofzo. Volgens mij doet het alleen écht pijn als je iets wegduwt om iets anders liever te kunnen vinden. Of mooier. Als je iets wat je minder vindt, echt buitensluit. Met een scheiding ertussen. Dan doet het zeer.”

Er begint een lichtje te stralen in haar ogen. En haar lijfje ontspant.

“Ik snap het. Dus ik kan gewoon van iets houden! Zonder dat ik iets anders minder lief of mooi hoef te vinden!”

“Ja!”

Dan vraagt ze of ik pappa nog even wil halen voor een kus en een knuffel.

“Tuurlijk schat. Welterusten alvast.”

Leave a Comment